Emptynester

Geplaatst op 12 februari 2025

Emptynesters trekken massaal naar de stad. Ook ik sloot me aan bij deze migratiegolf van vijftigplussers. Te jong voor de geraniums, te ongeduldig voor een groot huis met robotmaaier. Na 25 jaar moederen, opvoeden, mantelzorgen en carrièreladdertjes beklimmen, ontstond er eindelijk ruimte voor de vraag: en nu?

Toen ik herstelde van borstkanker en weer boven water kwam drijven, vroeg ik me af waar mijn hart sneller van ging kloppen. Waar ik echt blij van werd. Want laten we eerlijk zijn: waar zijn die afgelopen 25 jaar gebleven? Mijn ziekte maakte me pijnlijk bewust van hoe tijdelijk alles is. We zijn mensen van een dag: niets is vanzelfsprekend. Soms overviel me een kleine FOMO naar de tijd dat ik jong en hip was en het leven nog één groot kansenbuffet leek. Daar moest ik om lachen, want in mijn hoofd ben ik nog steeds Carrie Bradshaw uit de  eerste seizoenen van Sex and the City.

Eén ding wist ik zeker: ik wilde terug naar de stad. Rotterdam. Naar de plek waar ik als student mijn leukste jaren beleefde, in de hoop dat gevoel terug te vinden, of desnoods terug te kopen. Mijn zorgtaak was afgerond: mijn zoon op kamers en de mantelzorg voor mijn vader liefdevol afgesloten. Dus verruilden we het dorp voor een prachtig huis aan de noordkant van de stad.

Rotterdam

De stad voelt anders dan 35 jaar geleden. Drukker, chaotischer, internationaler en vol verrassingen. Ik ontdek nieuwe buurten, proef de sfeer op de markt, zie hoe horeca in Noord als paddenstoelen uit de grond schiet. Met de fiets kom ik overal en met de hond maak ik makkelijk een praatje. Soms met ouderen die verloren ogen, soms met kinderen die op straat worden gepest. Dan grijp ik in, hond als chaperonne, en loop ik met opgeheven hoofd verder. Ik ben niet bang meer; ik heb zo’n beetje alles al overleefd.

Maar ik zie ook de rauwe kant die ik niet kan oplossen. Een verslaafde die tussen het zwerfafval scharrelt tot hij zijn shot methadon mag halen bij de Pauluskerk. Een zwerver die bij de Blaak met zijn boodschappenkarretje ronddoolt en op straat slaapt. Dan denk ik: het zal je kind maar zijn. Kan ik hier iets aan doen? De stad pulseert, verandert en herhaalt. En ik, plattelandsmeisje van oorsprong, kijk er naar. Mijn verontwaardiging deel ik met de buurvrouw, collega’s, vriendinnen. ‘Daar moet je iets mee doen,’ zeiden ze. ‘Met dat Robin Hood-gevoel van je.’ Dus bij deze.

In deze column deel ik wat me opvalt. Eenzaamheid, pestgedrag, de schaduwkanten van de stad, maar ook zwerfpeuken die ons groen vervuilen. In de hoop dat het iets losmaakt. Bewustzijn creëert hopelijk beweging. Want de stad is van ons allemaal. Zoals Simon Carmiggelt zo mooi zei: erger je niet, maar verwonder je.

En dat doe ik. Het liefst in een mooi pak en hakken, een beetje Carrie in New York, maar dan in de stad die mijn hart sneller laat kloppen.

Fijne week,

Esther

Emptynester

Deel dit artikel:

« Terug naar overzicht