Over de grens
Geplaatst op 13 februari 2025
‘Je moet je grenzen stellen.’
Het is de nieuwe heilige graal. Je hoort het overal: op de werkvloer, in talkshows, bij de bakker als iemand z’n plek in de rij verdedigt en zelfs bij vriendinnen: ‘Sorry hoor, maar ik bewaak gewoon m’n grenzen, anders krijg ik teveel prikkels.’’
Grenzen. We lijken er collectief een abonnement op te hebben genomen. Het is dé lifestyleterm van deze tijd. Maar wat zijn dat eigenlijk, grenzen? Tot waar reiken ze? Zijn ze elastisch, seizoensgebonden, hormonaal bepaald? Moet je ze hardop uitspreken of kan je ze ook gewoon uitzenden met een blik?

Ik heb dat vroeger namelijk niet zo geleerd. ‘Niet ouwehoeren, schouders eronder,’ dat was meer mijn Rotterdamse opvoeding. Mijn moeder had een grenzeloos verantwoordelijkheidsgevoel en een bovenmodaal schuldgevoel. Grenzen waren er vooral voor anderen. Heel af en toe stelde ze grenzen, maar dan was ze het echt zat en wist je dat je echt op moest passen.
Nu, jaren later, moet ik dus ineens aan de slag met ‘mijn ruimte innemen’. Met een rechte rug en een zachte stem. Op de inhoud en niet persoonlijk. Dus komt de onvermijdelijke vraag: ‘Waar ligt jouw grens?’
Tja. Moet ik daar een Excel-sheet van maken? Is het:
– Mij niet bellen na 22.00 uur?
– Niet aan me zitten op de yogamat?
– Niet praten over sapkuren op verjaardagen?
Of is het iets ingewikkelders? Een vage mix van de goede energie, een onderbuikgevoel en of ik genoeg geslapen heb?
Want eerlijk is eerlijk: grenzen stellen klinkt stoer, maar het is ook best vermoeiend. Je moet eerst voelen wat je wil, dan verwoorden wat je niet wil, en het daarna ook nog durven zeggen, liefst zonder iemand te kwetsen. Dat is bijna een fulltime baan. En als je een vrouw bent van boven de vijftig, met een geschiedenis van pleasen en doorgaan, voelt dat hele grenzenspelletje alsof je ineens je BE rijbewijs moet halen voor een terreinwagen met aanhangwagen om door de Schotse Hooglanden te rijden.
Soms zou ik willen dat ik een innerlijke douanebeambte had die vanzelf zegt: ‘Sorry, hier houdt het op. Doorlopen is voor eigen risico.’ Stellig, overtuigd en met zo’n mooie riem met een knuppel eraan. Maar helaas. Mijn grenzen zijn vaag, verschuivend en afhankelijk van wie er tegenover me staat en hoe leuk die lacht.
Toch probeer ik het. Dan zeg ik: ‘Nee, dat komt me niet uit.’ En dan voel ik me zó volwassen dat ik bijna mijn vriendinnengroep wil whatsappen. Tot ik me drie minuten later schuldig voel en alsnog app: ‘Maar als het echt niet anders kan, hoor ik het wel hè.’
Grenzen stellen blijkt dus ook een oefening in overgave. Aan jezelf. En aan het idee dat het soms oké is om niet altijd leuk, dienstbaar of beschikbaar te zijn.
Dus ja, ik oefen. In grenzen. En in mildheid over mijn halfzachte grenzen.
En in verwondering over het feit dat ik blijkbaar alsnog degene ben die zich schuldig voelt als iemand op mijn grens stuit.
Erger je niet. Verwonder je. Ook over jezelf.
Fijne week
Esther

Wil jij iedere maand een leuke column, de laatste nieuwtjes, schrijftips & inspirerende interviews ontvangen? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief: service@writinggirl.nl
Deel dit artikel: