Interview Felicita Vos

Geplaatst op 24 november 2015

Er zijn schrijfsters waarvan de ontmoeting een poosje na blijft zinderen. Felicita Vos is zo’n vrouw die niet op de voorgrond treedt maar juist met haar ogen veel vertelt. Een tikkeltje mysterieus, observerend, vriendelijk waardoor je beseft dat er veel meer schuil gaat achter haar vriendelijke voorkomen – en dat lees je terug in haar verhalen. Als schrijfster van onwaarschijnlijk mooie boeken waarin ze de personages en situaties zó realistisch beschrijft, dat je vóelt dat je kortstondig deel mag uitmaken van een episode uit een leven. Felicita bezit die gave als geen ander en als reiziger neemt ze je mee naar onontgonnen gebieden van jouw eigen fantasie. Haar persoonlijke levensgeschiedenis als Roma vrouw maakt deel uit van de traditie en de eerste druk van haar boek ‘Blauwe haren, zwarte ogen’ was binnen een week uitverkocht. Ze gaat de confrontatie aan met bestaande conventies door openhartig culturele taboes uit de Romacultuur als homoseksualiteit, dood en vervolging, aan te snijden maar is ze vooral een meester in het blootleggen van onbewandelde paden.

Interview Felicita Vos

Felicita Vos_21 voor achterflap duivelsklauw

–       We bewonderen je oeuvre en prachtige schrijfstijl – heb je zelf een voorkeur voor een bepaald genre van boeken?

Ik houd erg van Zuid-Amerikaanse schrijvers. Vooral Gabriel Garcia Marquez en Mario Vargas Llosa. Ze zijn twee van mijn literaire helden, maar ook het werk van schrijvers als Franz Kafka en Gustave Flaubert waardeer ik zeer.

– Aan elk boek gaat een grondige research vooraf – hoe lang duurt dat en hoe pak je dat aan?

Qua tijd verschilt het. Het hangt ook van de complexiteit van het onderwerp af. Ik zoek alles heel grondig uit. Bezoek alle plekken en settings waarover ik schrijf. Dat brengt me vaak op plaatsen en in werelden die voor anderen gesloten blijven.  Voor mij is dat een van de leuke aspecten van het schrijverschap. Hoe ik het aanpak? Ik kader mijn onderwerp af, bedenk het verhaal in grote lijnen, en ga dan mijn onderzoek opstarten. Daarbij ben ik ook afhankelijk van de medewerking en bereidwilligheid van mensen die ik wil spreken. Soms stuit ik op een muur en moet ik een andere ingang zoeken, dat vind in niet vervelend, ik zie het als een uitdaging en zie de bereidwilligheid van mensen om mee te werken als een cadeau.

– Hoe kun je je fantasie benutten en toch rekening houden met de feiten in je historische romans over Roma’s?

Mijn fantasie is grenzeloos. De feiten die ik voor het schrijven van mijn boeken verzamel zijn bakens waar ik mijn fantasie doorheen vlecht. Ook de sprookjes, verhalen en legendes uit de Roma cultuur die mijn grootmoeder mij als klein meisje vertelde, prikkelen nog steeds mijn fantasie.

– Hoe ziet een schrijfdag er bij jou uit en hoe lang doe je over een boek?

Ik sta altijd vroeg op en ga dan heerlijk met mijn twee windhonden in het bos wandelen. Daarna ga ik schrijven. Dat is soms ook denken, broeden en ijsberen. Tijdens het schrijven sluit ik me af van de wereld om mij heen. Dat heb ik nodig om mij volledig te kunnen onderdompelen in het verhaal. Hoe lang ik over een boek doe verschilt. Mijn nieuwe roman denk ik in twee jaar te kunnen schrijven.

– Hoe ziet het schrijfproces van een nieuw boek er bij jou uit?

Ik heb een aantal ideeën over boeken die ik zeker nog schrijven wil. Soms vraagt een verhaal voorrang. De noodzaak om het te schrijven dringt zich aan mij op. Het idee is als het ware een zaadje dat ik plant en daaruit groeit het verhaal. Het leeft als het ware al in mij voor ik het opschrijf. Ik werk heel gestructureerd, bedenk vooraf een plan, maar laat wel ruimte voor verrassende wendingen en invallen tijdens het scheppingsproces. Ik maak een plan, een schema, een hoofdstukindeling, doe onderzoek en ga dan pas effectief schrijven. Schrijven is ook schrappen, herschrijven, nog meer schrappen. Ik schrijf een aantal versies voor het eerste concept klaar is. Het wordt altijd anders dan ik vooraf heb uitgedacht.

– Hoe kom je aan een idee en hoe weet je of het origineel is?

Ik sta open voor de wereld om mij heen. Misschien worden zo ook nieuwe ideeën geboren. Op een gegeven moment lees, hoor of zie ik iets waardoor ik geraakt wordt en een idee zich aan mij gaat opdringen en verteld wil worden. Originaliteit is daarbij natuurlijk belangrijk, maar in feite is het origineel doordat ik het schrijf, mijn stem laat horen, daarmee wil ik mijn lezers iets laten zien, hun wereld anders kleuren, hen voor even uit hun dagelijkse realiteit laten ontsnappen naar een onbekend oord, hen even laten stilvallen, een zachte stem van verandering laten horen waardoor gedachten kunnen gaan wankelen en in een ander perspectief geplaatst worden.

– Wat vindt je moeilijk in een schrijfproces?

De blokkades die onvermijdelijk zijn. Schrijven is ook lijden met als beloning de euforie als je eens op vleugels schrijft.

– En waar geniet je met volle teugen van?  Van onverwachte invallen waardoor de puzzelstukjes ineens op hun plaats vallen of als ik in een enorme flow zit en het verhaal zich als een trein laat opschrijven. Ik geniet ook enorm van het contact met mijn lezers.

– Groeien je lezers met je mee of heb je lezers die bijvoorbeeld alleen maar een bepaald genre lezen?

Ik hoor van lezers dat ze met mij meegroeien. Natuurlijk is een aantal van mijn lezers  geïnteresseerd in de Romacultuur, maar er zijn ook lezers die mij vertellen dat ze geboeid zijn door mijn schrijfstijl en haast niet kunnen wachten op het volgende boek. Een geweldig compliment natuurlijk!

– Waar ben je nu mee bezig?

Ik werk aan een roman. Het verhaal speelt zich zowel in Spanje als Nederland af.

– Hoe heb jij je schrijfstijl ontwikkeld?

Als klein meisje verslond ik al boeken. Zodra ik toegang kreeg tot de magie van het geschreven woord was ik gefascineerd door de werelden waarin ik even aan de werkelijkheid kon ontsnappen. Mijn schrijfstijl heb ik onder andere ontwikkeld door veel te lezen, te analyseren en te bedenken hoe ik het verhaal zelf zou willen vertellen.

– Heb je dagen dat je er anders in “zit” en wat doe je dan?

O ja, die heb ik zeker. Wat ik doe? Ik laat me er niet door ontmoedigen. Het hoort er simpelweg bij en ik ga er doorheen. Schrijven is ook discipline hebben.

– Houd een boek je de hele dag bezig of hoe schakel je gedachten uit?

Eerlijk gezegd houd een boek mij 24/7 bezig. Ik heb denkbeeldig een interne knop gevonden waarmee ik mijn gedachtestroom kan uitzetten, maar ik doe dat liever niet.

– Wat weten lezers niet als jij bezig bent met een boek?

Dat schrijven een eenzame aangelegenheid is. Je moet van afzondering houden om te kunnen schrijven. En verder weten veel lezers niet hoeveel tijd en energie ik erin steek en wat het zowel van mij als van mijn omgeving vraagt. Eigenlijk hoor je dat als lezer ook niet weten. Een lezer mag zich heerlijk laten meevoeren en betoveren door het verhaal.

– Hoe combineer jij het ‘gewone’ leven als je zit te schrijven (boodschappen doen, huishouden, misschien ander werk) Ik maak een planning, maar het is soms ook flink schipperen en woekeren met de tijd.

-Wanneer is het tijd voor jou om te stoppen?

Als ik mijn quotum heb gehaald. Het is daarnaast ook een gevoel want er zijn dagen dat ik desondanks doorwerk.

– Welke schrijftip vind je heel belangrijk?

Verdiep je goed in je personages, doe grondig onderzoek en lezen, lezen, lezen.

– Wat maakt een boek goed?

Geloofwaardigheid, opbouw, techniek, in een andere wereld gezogen worden waar je niet meer uit wilt. En dat het herlezen ervan je nieuwe lagen laat ontdekken en je blijft fascineren.

– Hoe bouw je die spanning op?

Bijvoorbeeld door informatie achter te houden, de lezer op het verkeerde been te zetten, steeds weer verassende elementen en wendingen aan het verhaal toe te voegen, vertraging, versnelling en niet te vergeten de juiste rustmomenten.

– Hoe geef je personages goed vorm en van welk personage ben je een beetje gaan houden?

Ik verdiep me grondig in mijn personages. Wie ze zijn, wat ze voelen, wat hun hobby’s zijn, waar ze van houden of juist een gruwelijke hekel aan hebben, hun eigenaardigheden en ga zo maar door. Ik maak me hun persoonlijkheid eigen. Om een personage goed vorm te kunnen geven, moet je het doorleven.

Ik koester vele personages, maar op dit moment ben ik dol op oom Mario, een gekke oom die heel kwetsbaar is.

-Wat maakt in jouw ogen een goed plot?

Het is origineel, onvoorspelbaar, verrassend, is zo opgebouwd dat de scènes en personages onder je huid zijn gekropen.

– Hoe werk je daar naar toe?

Door een schema en stappenplan te maken waarin ik het plot verwerk. Het zijn stapjes, steppingstones die naar de ontknoping leiden of die mij hebben aangezet om het verhaal te vertellen.

– Hoe vindt je telkens weer zo’n goed einde (en wanneer ben je pas echt tevreden?)

Ik bedenk het einde van het verhaal voor ik ga schrijven. Maar eerlijk is eerlijk. Soms valt mij tijdens het schrijven iets anders in waardoor het verhaal aan zeggingskracht wint. Ik ben tevreden als het voor mijn gevoel klopt, als de cirkel rond is en ik verteld heb wat ik graag wil delen.

– Werk je met proeflezers?

Dat heb ik met Duivelsklauw voor het eerst gedaan.

– Heb je veel contact met je lezers?

Tijdens lezingen praat ik veel met lezers, maar er zijn ook lezers die mij een mail sturen of die mij op straat aanspreken.

– Wat zou je nog dolgraag willen?

Het onmogelijke: nog een moment met mijn vader en mijn grootmoeder en ik had ook dolgraag met Gabriel Garcia Marquez over zijn literatuur gesproken en wel in de tuin van Fermina Daza en Florentina Ariza.

Maar ik heb ook minder onmogelijke wensen. Ik houd van de natuur en ongerepte landschappen en zou dolgraag een keer met mijn honden een rondreis door Scandinavie maken en daar met hen het noorderlicht aanschouwen.

– En waar staat Felicita over 20 jaar?

Over 20 jaar, eens nadenken…Ik hoop dan een aantal mooie, betekenisvolle romans geschreven te hebben en nog net zo gepassioneerd te schrijven als ik nu doe.

Auteursfoto Felicita Vos

Q&A short!

– Ben je visueel ingesteld?

Ja, ik ben zeer visueel ingesteld. Ben daarnaast een dromer met een rijke fantasie.

– Hoe ontspan je je?

Door te wandelen met mijn honden, te genieten van de kapriolen die mijn katten uithalen, lekker te koken voor vrienden, uit eten te gaan of lekker een dagje te gaan badderen in een Welnesscentrum.

– Hoe zet je die enorme stroom aan informatie in je hoofd uit?

Ik heb daar op de een of andere manier een knop voor gevonden die ik kan uitzetten als het nodig is.

– Hoe organiseer jij je werk, wat is je ritme?

Ik maak schema’s en planningen waar ik me doorgaans aan houd. Ik kan heel georganiseerd zijn, maar ook rommelig, dat heb ik soms nodig en uit de wanorde schep ik dan weer orde. En verder werk ik heel gedisciplineerd.

– Wat vindt jij het belangrijkste in het leven?

Dat je jezelf in alle vrijheid kunt en mag zijn en de dingen doet waar je gelukkig van wordt zonder een ander daarbij tekort te doen.

– Als je een actrice was dan ben je…..

Hmmm, lastige vraag. Misschien Penélope Cruz. Zij durft ook haar nek uit te steken en is, net als ik, begaan met het lot van dieren.

– Als je een liedje was dan heette je….

Mag het ook de naam van een album zijn? Dan kies ik voor Black Messiah. De verklaring die D’Angelo voor deze gedurfde titel geeft is een universeel gegeven. Het gaat kort samengevat over het feit dat in ieder de kracht schuilt om het verschil te maken. Ongeacht afkomst of huidskleur. Het nemen van eigen verantwoordelijkheid voor de wereld om je heen is voor mij een belangrijk gegeven.

– Welk scenario van welke film had je graag bedacht ?

Babel. Het scenario is geschreven door Guillermo Arriaga. De vier afzonderlijke verhaallijnen die zich op andere delen van de wereld afspelen en op het eerste oog op zichzelf staan, blijken uiteindelijk met elkaar verbonden te zijn. Een mooi en goed uitgewerkt gegeven.

Maar ik had ook graag One Flew Over the Cuckoo’s nest bedacht!

– Welke schrijvers lees je graag?

Mario Vargas Llosa, Gabriel Garcia Marquez, Carlos Ruiz Safon, Deon Meyer, Herman Hesse, Willem Frederik Hermans, Gustave Flaubert, Franz Kafka, Michael Berg, Howard Jacobson en zo kan ik nog wel even doorgaan. In Nederland Judith Visser, ik kijk uit naar haar debuutroman.

– Heb je nog leestips voor in onze koffer?

Het meisje op de weg van Michael Berg. Een razend knap geschreven, mooi gelaagde thriller. Vanaf de eerste zin word je in een intrigerend verhaal gezogen dat je niet meer loslaat. Je wil maar een ding: doorlezen!

– waar kun je echt niet zonder in het schrijfproces?

Mijn brein, rust, ruimte en afzondering.

En als laatste – welk artikel van onze webshop zou je graag in je tas hebben/ gebruiken bij het schrijven?

Ik zou graag een van de mooie Moleskine notebooks uit jullie webshop in mijn tas stoppen. Ik ben verslaafd aan mooie notebooks en kan ook niet zonder omdat ik veel aantekeningen maak. Maar voor de Back it up Mobile charger maak ik ook graag een plaatsje vrij.

Interview Felicita Vos

Deel dit artikel:

« Terug naar overzicht